U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Om tot een ideale looptechniek te komen, bestaat een bijna oneindig scala aan techniekoefeningen. 

Onder looptechniek wordt verstaan de technische uitvoering van de beweging. Met een goede en gerichte training kan de techniek worden verbeterd. 
Zwakke punten in uw techniek kunnen worden geëlimineerd, zeker met de vermelde correctiemogelijkheden.

Het geheel van deze oefeningen wordt vaak met 'Loop ABC' aangeduid.

Loopstijl en Looptechniek
Loopstijl Als we iemand zien lopen kunnen we snel aangeven wie daar loopt.
Je herkent deze persoon aan zijn manier van lopen (bij andere sporten geldt dit ook).
Deze eigen stijl wordt bepaald door: de lichaamsbouw (lengte van armen, lengte van benen, bouw van de romp); het karakter van het individu (agressief, rustig, soepel enz.).

Hieraan is weinig te veranderen. Toch horen we regelmatig zeggen dat iemand beter loopt, soepeler is gaan lopen enz.
Dit is dan geen verandering in de stijl maar in de looptechniek.

Looptechniek
Onder looptechniek wordt verstaan de technische uitvoering van de beweging. Met een goede en gerichte training kan de techniek worden verbeterd.
Om van een bepaalde loper de sterke en zwakke punten in de looptechniek te leren kennen, moet de trainer via een goede observatie een analyse maken van de loopbeweging. Om een juiste analyse te maken moeten we eerst een beeld hebben van de ideale technische manier van hardlopen. Met name is belangrijk te weten aan welke criteria een technisch juiste uitvoering moet voldoen. Aan de hand van deze analyse kunnen we bepalen welke de sterke en zwakke punten zijn om hier door middel van gerichte training veranderingen in aan te brengen.

Om technisch een individuele economische effectieve loopbeweging te verkrijgen moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan om de optimale beweging mogelijk te maken. Deze voorwaarden zijn:
1 - voldoende beweeglijkheid
2 - voldoende kracht
3 - voldoende uithoudingsvermogen
4- voldoende coördinerend vermogen


Beweeglijkheid
Een van de belangrijkste voorwaarden om tot optimale loopbeweging te komen is dat de gewrichten voldoende beweeglijk zijn en dat de spieren voldoende op lengte zijn.
Er moet zeker voldoende beweeglijkheid en spierlengte in:
- de wervelkolom
- de schouders
- het bekken
- de heupgewrichten
- de knieën
- de enkel
- de voeten

Door gerichte oefeningen binnen een training kan de beweeglijkheid worden bevorderd. Invloed is vooral uit te oefenen op de lengte en functie van spieren. 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het loop ABC

 In het onderstaande overzicht staat 15 verschillende loopoefeningen omschreven.

 

 

1 - Teenstrekken

Oefening: Teenstrekken op de plaats

Uitvoering en aandacht: Aanleren van een rechte lichaamshouding; druk op de bal van de voet; bovenlichaam iets voorover; heupen gestrekt; armen negentig graden gebogen; schouders laag; hoofd recht naar voren; balanceren van het lichaam in hakken-tenenstand.

Correctie: Bij knik in de heupen; bij gebogen knieën; bij opgetrokken schouders.

 

2 - Verend lopen

Oefening: Verende loop op de bal van de voet.

Uitvoering en aandacht: Gemiddelde frequentie; actief/reactief neerzetten van de bal van de voet onder het lichaamszwaartepunt.

Correctie: Bij het laten hangen van de tenen; bij het naar voren slaan van de onderbenen; bij onvoldoende been- en heupstrekking.

 

3 - Verend springen

Oefening: Verende sprongen op de bal van de voet

Uitvoering en aandacht: Lichte knieheffing; actief/reactief neerzetten van het zwaaibeen onder het lichaamszwaartepunt.

Correctie: Bij het laten hangen van de tenen; bij onvoldoende strekking van het been- en heupgewricht.

 

4 - Tweearmig zwaaien

Oefening: Verende loop en sprongen op de bal van de voet, met een- en tweearmig zwaaien voorwaarts en achterwaarts.

Uitvoering en aandacht: Schoudergordel ontspannen laten hangen; armzwaaien alleen vanuit het schoudergewricht; geen horizontale verwringing in het heupgewricht.

Correctie: Bij opgetrokken schouders; bij het kruisen van de armen als dat niet in de onmiddellijke nabijheid van het lichaam gebeurt.

 

5 - Afwisselend armzwaaien

Oefening: Verende loop en sprongen op de bal van de voet, met afwisselen armzwaaien voor- en achterwaarts.

Uitvoering en aandacht: Coördinatieve synchronisatie van de armen en benen; actieve synchronisatie van de bewegingen van de armen en de benen zonder horizontale verwringing.

Correctie: Bij een armvoering dwars op de looprichting; bij onvoldoende strekking van de benen.

 

6 - Trippling

Oefening: Trippling, met normale, hoogste en oplopende frequentie.

Uitvoering en aandacht: Aanleren harmonie tussen arm- en beenbewegingen; voetzool blijft nagenoeg aan de grond en wordt volledig afgewikkeld; slechts geringe knieheffing bij het actief/reactief neerzetten van de bal van de voet in de richting van het lichaamszwaartepunt; enkelgewricht geheel gebruiken.

Correctie: Bij onvoldoende of te hoge knieheffing; bij onvoldoende strekking in de beengewrichten; bij het laten hangen van de tenen en het neerzetten van de voeten voor het lichaamszwaartepunt.

 

7 - Eenbenige trippling

Oefening: Eénbenige trippling met andere been passief.

Uitvoering en aandacht: Eerst strekking en dan pas actief/reactief neerzetten van de voet in de voorste steunfase; actieve coördinatieve ondersteuning van de armen.

Correctie: Bij onvoldoende strekking; bij het niet actief neerzetten van de voet in de voorste steunfase voor het lichaamszwaartepunt.

 

8 - Skipping

Oefening:Skipping, met normale, hoogste en oplopende frequentie.

Uitvoering en aandacht: Middelhoge knieheffing; actief/reactief neerzetten van de bal van de voet in de richting van het lichaamszwaartepunt; strekking zowel in de benen als in het heupgewricht.

Correctie: Bij onvoldoende strekking in knie, heup en enkel; bij het niet actief neerzetten van de voet in de voorste steunfase; bij een veranderde loophouding bij overgang naar lopen.

 

9 - Afwisselen trippling en skipping

Oefening:Afwisselen van trippling en skipping (in normale en hoogste frequentie).

Uitvoering en aandacht: Vloeiende overgang tussen trippling en skipping.

Correctie: Bij onvoldoende coördinatie van beide elementen de afzonderlijke fasen nog eens goed doornemen.

 

10 - Kniehefloop

Oefening: Kniehefloop, met hoge kniehef, later met uitpendelen van het onderbeen; en een gevariëerde frequentie.

Uitvoering en aandacht: Skipping overgaand in ruime pas; strekking, lichaamshouding en armvoering in de looprichting; actief/reactief neerzetten van de bal van de voet in de voorste steunfase in de richting van het lichaamszwaartepunt; coördinatie van de benen en armen zonder horizontale verwringing in het bovenlichaam.

Correctie: Bij onvoldoende knieheffing; bij onvoldoende strekking; bij het passief uitpendelen van het onderbeen en neerzetten van de bal van de voet.

 

11 - Skipping overgaand in lopen

Oefening: Skipping overgaand in lopen.

Uitvoering en aandacht: Coördinatieve overgang tussen de beide oefenelementen.

Correctie: Bij onvoldoende coördinatie.

 

12 - Huppel-streksprong

Oefening: Huppel-streksprong, eerst vooral verticaal, daarna horizontaal met overgang naar lopen.

Uitvoering en aandacht: Strekking in been- en heupgewricht; coördinatieve ondersteuning van de armen; actief/reactief neerzetten van de bal van de voet in de voorste steunfase, in richting van lichaamszwaartepunt.

Correctie: Bij onvoldoende strekking; bij onvoldoende activiteit in de voorste steunfase; bij het maken van hakken-billen van het zwaaibeen.

 

13 - Hakken-billen

Oefening: Hakken-billen, éénbenig, tweebenig, en tweebenig met overgang naar lopen.

Uitvoering en aandacht: Snel; bovenbeen verticaal; actief/reactief neerzetten van de voet in de voorste steunfase; armen in de looprichting en ellebogen coördinatief meebewegen.

Correctie: Bij het laten hangen van de tenen; bij onvoldoende coördinatie; bij het passief neerzetten van de voet in de voorste steunfase.

 

14 - Kaatssprongen

Oefening: Kaatssprongen, verticaal -bij landing benen tegelijkertijd aan de grond - en horizontaal met overgang naar lopen.

Uitvoering en aandacht: Strekking ene been, lichte knieheffing andere been; actief/reactief neerzetten voeten; bovenste extremiteiten in de looprichting.

Correctie: Bij onvoldoende activiteit van het zwaaibeen; bij onvoldoende strekking; bij een slechte coördinatieve overgang naar het lopen.

 

15 - Loopsprongen

Oefening: Loopsprongen, met hoge frequentie, met overgang naar lopen)

Uitvoering en aandacht: Strekking en voering vanuit de knie; actief/reactief neerzetten van het zwaaibeen in de richting van het lichaamszwaartepunt; coördinatie van de totale beweging.

Correctie: Bij onvoldoende activiteit in de voorste steunfase; bij onvoldoende strekking; bij een slechte armvoering.

 

Cookie-beleid

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan.

Gaat u akkoord?